Je kan niet spreken over de term complexiteit zonder daar een betekenisvolle eenheid voor te hebben. De term die wij daarvoor gebruiken, namelijk variëteit, komt uit de cybernetica - de wetenschap die principes uit de natuur toepast om ‘systemen’ succesvol te ontwikkelen. Daar geeft de term variëteit het totale aantal verschillende toestanden van een systeem aan. Hoe hoger dit totaal aantal verschillende toestanden, hoe hoger de complexiteit van een systeem. Hoe lager het aantal verschillende toestanden, hoe stabieler het systeem. Denk aan de term VUCA, die je tegenwoordig in blogs niet meer kan wegdenken. Deze term staat voor “Volatile, Uncertain, Complex, Ambigu”. Aan de andere kant van het spectrum staat de term SSCC, die staat voor "Stability, Simplicity, Certainty, Clarity".  Het complexiteitskader dat we hanteren maakt dit bevattelijk. Het is vaak onmogelijk om met de bril van wiskunde alle variaties vaneen systeem in een formule te vatten. Toch heb je een goed mechanisme nodig om met complexiteit te kunnen omgaan. Immers "Every good regulator of a system must be a model of that system." (Conant-Ashby Theorem). Een regulator (of in onze context het organisatie-model) moet immers evenveel variëteit aankunnen als in je omgeving voorkomt. Wij durven haast te stellen dat dit DE grote uitdaging is van veel van de organisaties van vandaag. Een continu evoluerende omgeving is immers synoniem voor een stijgende variëteit in die omgeving.

Complexiteit