Bewustzijn, maturiteit, wijsheid, … ze horen bij elkaar. De definities zijn talrijk. Denk aan de filosofische beschouwingen zoals het dualisme van Plato, Aristoteles en later Descartes, of de verschillende wetenschappelijke definities die je vindt in neurowetenschappen, cognitieve psychologie tot de quantummechanica, of de talrijke religieuze en spirituele beschouwingen.  

Bewustzijn gaat op de eerste plaats over het vermogen dat ons in staat stelt de buitenwereld waar te nemen en te verwerken. Het gaat over de beleving of het besef van het ‘ik’ ingebed in een omgeving. Wij gebruiken het begrip bewustzijn in een appreciatieve context. Je kan maar transformeren als je eerst begrijpt wat de verborgen, positieve commitments en intenties zijn van wat er is.

Een voorbeeld; je schrijft je in bij een fitnessclub, maar gaat slechts één keer. Er ontstaan een innerlijk tweestrijd en het niet gaan voelt slecht. Toch ga je niet. Wat we werkelijk willen is wat we doen, niet wat we zeggen te willen. In dit voorbeeld is de gezinskwaliteit die we bereiken door thuis te blijven, mogelijk van een veel groter belang dan het verbeteren van de conditie door naar de fitnessclub te gaan. Vanuit bewustzijn ontstaan nieuwe keuzes. Bijv. aan de gezinskwaliteit werken door samen te sporten. Binnen organisaties is dit niet anders. Onproductief gedrag kom je overal tegen, maar kan je niet veranderen door je te focussen op dat gedrag zelf. Je doet dat wel door bewustzijn te ontwikkelen over de criteria, de waarden, de overtuigingen en de cognitieve strategieën die achter dat gedrag zitten. Daarvoor is wijsheid nodig, waarbij wijsheid niet meer is dan een oordeelloos en zeer bewust begrijpen van wat er al is.

Bewust