Stel dat je een grote organisatie leidt met units die ook elk hun eigen aan kopen doen. Je huurt een consultant in en die vertelt je dat je eigenlijk best streeft naar een gecentraliseerde aankoopafdeling. Je gaat dan immers heel wat besparen op groepsaankopen, meer aankoop-macht hebben, schaalvoordeel hebben, … en tal van andere voordelen ervaren. Je installeert zijn advies, maar een jaar later stel je vast dat dit voor enorm veel traagheid zorgt. Units kunnen niet meer wendbaar en snel beslissen. Een nieuwe consultant komt en stelt voor aankoop te decentraliseren. Wat doe je?  Een paradox stelt zich - hoeveel autonomie vs. hoeveel samenhang… Heel het idee van centraliseren vs decentraliseren houdt eigenlijk weinig steek. Stel je voor dat je autonome functies (zoals je spijsvertering, ademhaling, hartslag…) plots niet meer autonoom zijn en je zou even vergeten adem te halen?Het zou het leven wel een stuk spannender maken, maar dat is niet wat je wil. Langs de andere kant wil je ook niet dat lichamelijke behoeften (zoals dorst)in eender welke situatie de overhand nemen en je dwingen om alles te laten vallen. De crux zit hem in het zorgen dat elk ‘systeem’ (van één rol, naar een team, naar een afdeling, …) op zichzelf kan bestaan. Als essentiële mechanismes ontbreken, dan moet je het ‘model’ durven in vraag stellen en bijsturen. Uiteraard is de context sterk bepalend in wat essentieel is. De samenhang zit hem dan weer in een ander mechanisme, namelijk coördinatie.

Autonomie